Conformiteit & Governance Model
Pad naar een Wereldwijd Interoperabele Bewijslagen
Als deterministische digitale integriteit infrastructureel moet worden, kan het niet uitsluitend afhankelijk zijn van eigen implementaties.
Infrastructuur vereist:
- Reproduceerbare verificatieprocedures
- Interoperabele bewijsformaten
- Transparante conformiteitscriteria
- Governance-neutraliteit
Dit document schetst een pad naar een dergelijk kader.
1. Conformiteitsmodel
Voor een bewijsinfrastructuur om wereldwijd op te schalen, moeten deelnemende systemen voldoen aan objectieve criteria.
1.1 Canonicalisatievereiste
Bewijs moet worden omgezet in een deterministisch canoniek formaat voordat het wordt gehasht.
Conformiteit vereist:
- Deterministische serialisatie
- Stabiele veldvolgorde
- Expliciete coderingsregels
Zonder canonicalisatie stort de reproduceerbaarheid van hash in.
1.2 Cryptografische Integriteitsvereiste
Conformiteit vereist:
- Gebruik van publiek erkende cryptografische hashfuncties
- Botsingsbestendige algoritmen
- Transparante algoritmespecificatie
Het systeem mag niet afhankelijk zijn van geheime of eigen hashing-schema's.
1.3 Alleen-toevoegbare Integriteitsrecord
Bewijsvingerafdrukken moeten worden vastgelegd in:
- Alleen-toevoegbare structuren
- Chronologisch consistente reeksen
- Manipulatie-evidente grootboeken
Het grootboek moet onafhankelijke verificatie van sequentie-integriteit toestaan.
1.4 Onafhankelijke Tijdstempelverankering
Om interne tijdmanipulatie te voorkomen, vereist conformiteit:
- Externe verankeringsmechanismen
- Onafhankelijke tijdreferentievalidatie
- Reproduceerbare tijdstempelverificatie
Tijdstempelautoriteit mag niet exclusief worden gecontroleerd door de uitgevende partij.
1.5 Publieke Verificatie-interface
Infrastructuur vereist:
- Publiek toegankelijke verificatie-eindpunten
- Deterministische verificatieprocedures
- Transparante bewijsbundelstructuur
Verificatie mag geen bevoorrechte interne toegang vereisen.
2. Bewijsobjectmodel
Een interoperabel bewijsobject moet minimaal bevatten:
- Gecanoniseerd artefact
- Cryptografische hash
- Integriteitsrecordreferentie
- Tijdstempelbewijs
- Verificatie-instructies
Standaardisatie zou formaliseren:
- Veldstructuur
- Coderingsformaat
- Verificatiereeks
- Fouttoestanden
3. Governanceprincipes
Infrastructuurgovernance moet waarborgen:
Neutraliteit
De bewijslagen mogen geen specifieke sectoren of jurisdicties bevoordelen.
Transparantie
Verificatiemechanismen moeten openbaar inspecteerbaar zijn.
Reproduceerbaarheid
Derden moeten verificatieresultaten onafhankelijk kunnen reproduceren.
Technologische Evolutie
Cryptografische flexibiliteit moet ingebouwd zijn om toekomstige algoritme-upgrades mogelijk te maken.
4. Standaardisatiepad
Standaardisatie ontstaat niet onmiddellijk.
Een realistisch traject omvat:
- Commerciële implementatie
- Sectorspecifieke adoptie
- Publicatie van open specificaties
- Industrie werkgroepen
- Afstemming met bestaande standaardisatie-instellingen
Potentiële convergentiepunten voor instellingen kunnen omvatten:
- Bewijsstandaardcommissies
- Digitale vertrouwenskaders
- Initiatieven voor grensoverschrijdende regelgevende samenwerking
Het doel is niet monopolisatie.
Het doel is interoperabiliteit.
5. Rol van VeriSeal
VeriSeal fungeert als een implementatie van deterministische bewijsarchitectuur.
Zijn langetermijnrol kan evolueren naar:
- Referentie-implementatie
- Bijdrager aan bewijsformaat
- Conformiteitsvalidator
- Standaarddeelnemer
Zijn ambitie is niet het eigendom van bewijsstandaarden.
Zijn ambitie is bij te dragen aan de vorming van een wereldwijd interoperabele laag.
6. Structurele Impact
Een op conformiteit gebaseerde bewijslagen maakt mogelijk:
- Symmetrie in grensoverschrijdende verificatie
- Verminderde bewijsconflicten
- Sterkere regelgevende interoperabiliteit
- Verminderde systemische onzekerheid
Naarmate meer actoren voldoen aan gedeelde integriteitscriteria, verschuift bewijs van contextueel artefact naar infrastructureel object.